Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
De beroepsgrond slaagt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 4 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 21 februari 2024 af, stellende dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade door Al-Shabaab kon aantonen. De rechtbank behandelde het beroep op 22 januari 2025 en oordeelde dat verweerder de eerdere blootstelling van eiser aan vervolging onvoldoende had betrokken in het besluit.
Eiser had geloofwaardig verklaard dat hij in 2018 door Al-Shabaab was bedreigd, ontvoerd en mishandeld, en dat ook zijn familie werd bedreigd. Verweerder motiveerde onvoldoende waarom het risico op hernieuwde vervolging of ernstige schade niet reëel zou zijn. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet voldeed aan de zwaardere motiveringsplicht die geldt bij eerdere blootstelling aan vervolging.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden en het risico op represailles. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op hernieuwde vervolging door Al-Shabaab.