Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en gezinshereniging voor zijn broers en zussen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden en dat eiser rechtsgeldig ingebreke is gesteld. Het beroep is tijdig en kennelijk gegrond. Verweerder hanteert het FIFO-principe voor de behandeling van nareisaanvragen en heeft de aanvragen inmiddels toegewezen aan een behandelaar.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Daarnaast worden dwangsommen van €100 per dag tot een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen, proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij gezinshereniging en nareis, waarbij snelheid niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie ter motivering van haar oordeel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.