Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en gezinshereniging voor zijn broers en zussen, gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194 aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.