ECLI:NL:RBDHA:2025:4377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk onder Dublinverordening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, diende op 9 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij op 17 december 2022 al een asielverzoek in Oostenrijk had ingediend. Nederland vroeg Oostenrijk om terugname, wat aanvankelijk werd geweigerd, maar later geaccepteerd. De minister van Asiel en Migratie nam de asielaanvraag van eiser niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in het Oostenrijkse opvangsysteem en het ontbreken van rechtsbijstand. Hij verwees naar het AIDA Country Report Austria 2023 update. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het vertrouwensbeginsel uitgaat en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro strijdige behandeling.
De rechtbank wees erop dat het AIDA-rapport en eerdere uitspraken bevestigen dat Oostenrijk opvang biedt, ook al kan de eerste opvang tijdelijk zijn. De claimakkoord met Oostenrijk garandeert behandeling van de asielaanvraag. Eiser kon niet onderbouwen dat hij geen rechtsbijstand kan krijgen of dat klachten indienen zinloos is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Oostenrijk.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij mag worden overgedragen aan Oostenrijk.