ECLI:NL:RBDHA:2025:4401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet tijdig beslist, ondanks een rechtsgeldige ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is verstreken zonder besluit. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond. De rechtbank bepaalt een termijn van acht weken waarbinnen de minister moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier A.S. Hamans op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom.