ECLI:NL:RBDHA:2025:4403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht legt de rechtbank een termijn op waarbinnen de minister alsnog moet beslissen, namelijk acht weken na verzending van de uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eisers en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders worden erkend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.