ECLI:NL:RBDHA:2025:4410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvragen machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis en gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn ouders (nareis) en broers en zussen (gezinshereniging).
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 11 juli 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op 17 januari 2025 rechtsgeldig in gebreke en diende op 12 februari 2025 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
Verweerder voerde aan dat de aanvragen volgens het fifo-principe pas in oktober 2025 in behandeling worden genomen en verzocht om uitstel van behandeling of een ruime beslistermijn. De rechtbank wees dit af en bepaalde dat verweerder binnen acht weken na verzending van het vonnis een besluit moet nemen, of binnen twintig weken indien nader onderzoek nodig is.
De rechtbank legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelde verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €194.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan verweerder.