ECLI:NL:RBDHA:2025:4412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling toegekend wegens betalingsonmacht.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. De ingebrekestelling vond plaats op 3 december 2024, waarna het beroep tijdig op 11 februari 2025 is ingesteld. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken. De minister dient binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor overschrijding van de termijn en veroordeelt de minister in de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen en een dwangsom wordt opgelegd bij overschrijding.