ECLI:NL:RBDHA:2025:4415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe wegens betalingsonmacht. De aanvraag van eiseres is ingediend op 24 mei 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden is verlengd, waardoor uiterlijk 22 november 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, en verweerder is op 18 december 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingediend op 12 februari 2025.
De rechtbank stelt dat de situatie bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50, en vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.