ECLI:NL:RBDHA:2025:4422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat de termijn is verstreken zonder besluit en dat het beroep tijdig is ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval betreft en legt op grond van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb een langere beslistermijn op. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 aan eisers en in de proceskosten van € 453,50. Daarnaast moet het betaalde griffierecht van € 194 worden vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met dwangsommen en proceskosten toegewezen aan eisers.