ECLI:NL:RBDHA:2025:4445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 24 april 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 23 oktober 2024 een besluit had moeten zijn genomen. Dit is niet gebeurd, waarna eiseres op 21 november 2024 een ingebrekestelling stuurde en op 21 januari 2025 beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.