ECLI:NL:RBDHA:2025:4448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 24 juni 2024, met een beslistermijn van 90 dagen plus een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 23 december 2024 een besluit had moeten worden genomen. De minister heeft echter niet tijdig beslist, waardoor het beroep op 7 februari 2025 tijdig is ingesteld en gegrond wordt verklaard.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers ad €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.