ECLI:NL:RBDHA:2025:4451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen en de proceskosten van €453,50.
De rechtbank motiveert de langere beslistermijn als een bijzonder geval, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen en een dwangsom wordt opgelegd.