ECLI:NL:RBDHA:2025:4453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis van meerdere personen. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en in de proceskosten van €453,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.