ECLI:NL:RBDHA:2025:4455
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvraag wel heeft bevestigd, maar verder nog niet naar de aanvraag heeft gekeken. Daarom legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en de vergoeding van het griffierecht van €194. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgelegd binnen acht weken te beslissen met dwangsommen en proceskostenveroordeling.