ECLI:NL:RBDHA:2025:4456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en drie kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe wegens betalingsonmacht. Op grond van de Vreemdelingenwet 2000 had verweerder uiterlijk 20 december 2024 moeten beslissen, maar dit is niet gebeurd. Eiser stelde verweerder op 9 januari 2025 rechtsgeldig in gebreke en diende op 28 januari 2025 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.