ECLI:NL:RBDHA:2025:4459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis bij een houder van een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak deed.
De aanvraag werd ingediend op 18 juni 2024, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde. Desondanks werd uiterlijk op 16 december 2024 geen besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 20 december 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 29 januari 2025 tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €194.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.