ECLI:NL:RBDHA:2025:4460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 18 juni 2024 en de minister had uiterlijk 16 december 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eisers stelden de minister rechtsgeldig in gebreke op 6 januari 2025 en dienden op 29 januari 2025 beroep in, wat tijdig was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn op waarbinnen de minister alsnog moet beslissen. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen tot gezinshereniging bij asielvergunninghouders, wordt een langere termijn dan de standaard twee weken toegestaan, namelijk acht weken, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling hiervan aan eisers. Tevens worden de proceskosten van €453,50 aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en toekenning van proceskosten.