ECLI:NL:RBDHA:2025:4463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 24 juni 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd. De uiterste beslisdatum was 22 december 2024, maar verweerder heeft geen besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 9 januari 2025 rechtsgeldig in gebreke en diende op 3 februari 2025 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
Verweerder hanteert het fifo-principe en verwacht de aanvraag pas in juli 2026 te behandelen. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af en legt op grond van de Awb een beslistermijn van acht weken op, met een verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom.