ECLI:NL:RBDHA:2025:4528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000, waarvan reeds € 1.442 is verbeurd. De minister wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, de proceskosten van € 453,50 en het griffierecht van € 194. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier A.S. Hamans op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.