ECLI:NL:RBDHA:2025:4530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
Verweerder voerde aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd waardoor de aanvraag pas in oktober 2025 in behandeling wordt genomen en verzocht om aanhouding van de behandeling of een ruime beslistermijn. De rechtbank wijst dit af omdat aanhouding niet past bij de aard van het rechtsmiddel en verweerder geen overmacht heeft aangetoond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna twintig weken geldt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.