ECLI:NL:RBDHA:2025:4575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis van familieleden. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank overweegt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tijdig is ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, op 18 december 2024 is verstreken zonder besluit. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding van deze termijn. Tevens veroordeelt zij verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €194. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn op en veroordeelt verweerder tot betaling van dwangsommen, proceskosten en griffierecht.