ECLI:NL:RBDHA:2025:4578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank buiten zitting uitspraak doet.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000 is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en proceskosten.