ECLI:NL:RBDHA:2025:4586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen besloten, noch de beslistermijn verlengd.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor besluitvorming is verstreken zonder besluit en dat eiseres rechtsgeldig ingebreke is gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en wordt gegrond verklaard. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid deze termijn te verlengen tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, waarvan €1.442 reeds is verbeurd. De minister wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, de proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €194. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.