Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2025 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil7. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of sprake was van btw-fraude in de handelsketens waarvan ook [bedrijfsnaam 2] deel uitmaakte en of zij wist dan wel had moeten weten dat zij onderdeel uitmaakte van handelsketens waarin deze fraude plaatsvond.
- Stukken op grond waarvan het strafdossier is verstrekt;
- Stukken met betrekking tot de contacten tussen de inspecteur en de FIOD;
- Stukken met betrekking tot de opdracht en opzet van de controle; en
- Stukken met betrekking tot overleg met andere overheidsinstanties zoals de
- In maart 2017 aan [bedrijfsnaam 4] Ltd. ( [bedrijfsnaam 4] ) voor een bedrag van € 470.060.
- In april 2017 aan [bedrijfsnaam 5] Ltd. ( [bedrijfsnaam 5] ) voor een bedrag van € 2.892.799.
- In mei 2017 aan [bedrijfsnaam 4] voor een bedrag van € 508.920 en aan [bedrijfsnaam 5] voor een bedrag van € 1.639.073.
- In juni 2017 aan [bedrijfsnaam 4] voor een bedrag van € 1.602.961.
- In juli 2017 aan [bedrijfsnaam 4] voor een bedrag van € 2.909.525
- In augustus 2017 aan [bedrijfsnaam 4] voor een bedrag van € 3.129.942 en aan [bedrijfsnaam 6] Ltd. ( [bedrijfsnaam 6] ) voor € 133.769.
- In september 2017 aan [bedrijfsnaam 6] voor een bedrag van € 315.974.
- In oktober 2017 aan [bedrijfsnaam 6] voor een bedrag van € 471.086 en aan [bedrijfsnaam 4] voor € 95.400.
- In november 2017 aan [bedrijfsnaam 6] voor een bedrag van € 1.047.784 en aan [bedrijfsnaam 4] voor een negatief bedrag van € 95.400.