ECLI:NL:RBDHA:2025:463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder bij uitspraak van 22 juli 2024 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom voor overschrijding.
Ondanks deze uitspraak is er geen besluit genomen, waarop eiseres opnieuw beroep instelde. Verweerder voerde het fifo-principe aan en verzocht om aanhouding of verlenging van de beslistermijn. De rechtbank wees dit af en stelde een nieuwe beslistermijn van twee weken, met een verhoogde dwangsom van € 200 per dag, maximaal € 15.000.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om griffierechtvrijstelling werd definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000.