ECLI:NL:RBDHA:2024:11933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt het beroep zonder zitting.
Eiseres heeft een verzoek om vrijstelling van griffierecht ingediend wegens betalingsonmacht, dat definitief is toegewezen. De aanvraag werd ingediend op 10 juni 2023, waarbij verweerder uiterlijk 10 december 2023 had moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 22 december 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 17 januari 2024 het beroep in, dat tijdig is.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen als bijzondere gevallen worden beschouwd, rechtvaardigend dat een langere beslistermijn wordt opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack en openbaar gemaakt op 22 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en betaalt dwangsommen en proceskosten.