Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank heeft de zaak aanvankelijk naar de meervoudige kamer verwezen, maar na bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, is de zaak terugverwezen naar de enkelvoudige kamer.
De rechtbank heeft het beroep schriftelijk behandeld en beoordeelt ambtshalve of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Op grond van vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
De minister heeft bevestigd dat eiser per 4 februari 2025 zelfstandig de opvang heeft verlaten en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.