ECLI:NL:RBDHA:2025:4747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening met Kroatië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2025 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Eisers konden geen concrete aanwijzingen leveren dat zij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De minister heeft het besluit voldoende gemotiveerd, ook ten aanzien van de zorgen over pushbacks en opvangcapaciteit in Kroatië.
Verder is geoordeeld dat de minister niet verplicht was om de aanvragen op grond van artikel 17 lid 1 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn gesteld die een overdracht onevenredig hard maken. Ook de asielaanvraag van de pasgeboren baby volgt de procedure van de ouders en hoeft niet afzonderlijk in behandeling te worden genomen.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanvragen blijven niet in behandeling genomen. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen blijft in stand.