ECLI:NL:RBDHA:2025:4761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
Eiser, vermoedelijk Algerijns staatsburger, zit sinds 8 november 2024 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 24 maart 2025.
De rechtbank toetst of de maatregel van bewaring sinds 21 februari 2025, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek, rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageren op rappels en verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Het enkele uitblijven van reactie op rappels is onvoldoende om te concluderen dat een laissez-passer niet zal worden verstrekt.
Verder heeft eiser zelf geen aantoonbare inspanningen geleverd om zijn vertrek te bespoedigen. Verweerder heeft meerdere pogingen gedaan om vertrekgesprekken te voeren, die niet altijd konden plaatsvinden vanwege de beschikbaarheid van eiser. Ook is recent nog een rappel gestuurd aan de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank ziet geen reden om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.