Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Tadzjiekse nationaliteit, diende op 25 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek. Dit werd bevestigd door de Duitse autoriteiten die het verzoek tot terugname accepteerden.
Eiseres voerde aan dat de minister onvoldoende aandacht had besteed aan haar bezwaren tegen overdracht aan Duitsland, dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat zij vreest voor een schending van haar rechten bij terugkeer naar Duitsland en uiteindelijk Tadzjikistan. De rechtbank oordeelde dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht een reëel risico loopt op schending van haar rechten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres tijdens het aanmeldgehoor voldoende gelegenheid had om haar bezwaren naar voren te brengen en dat het gebruik van een standaardvoornemen niet in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege verantwoordelijkheid Duitsland.