ECLI:NL:RBDHA:2025:482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Frankrijk
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 18 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat Nederland verantwoordelijk was geworden omdat hij niet tijdig aan Frankrijk was overgedragen en voerde aan dat Frankrijk structurele tekortkomingen kent in opvang en asielprocedure, wat zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht aan Frankrijk op 14 december 2023 door Duitsland binnen de verlengde overdrachtstermijn was geëffectueerd. De overdracht door Duitsland maakt dit niet anders. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Frankrijk zijn verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een reëel risico op schending van mensenrechten opleveren.
De rechtbank verwierp ook het argument van indirect refoulement omdat de rechter bij overdrachtsbesluiten niet mag toetsen op indirect refoulement zonder vaststelling van systeemfouten in de aangezochte lidstaat. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de minister hoefde de aanvraag niet inhoudelijk te behandelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.