ECLI:NL:RBDHA:2025:4869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
De minister heeft op 26 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 7 februari 2025, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek.
De rechtbank concludeerde dat er geen concrete beroepsgronden waren om het voortduren van de maatregel te betwisten. Er is voldoende zicht op uitzetting naar Marokko, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten geen bezwaar hebben gemaakt tegen het afgeven van een laissez-passer voor eiser. Tevens is eiser verplicht actief mee te werken aan zijn uitzetting, wat niet voldoende is gebleken.
De minister werkt volgens de rechtbank voortvarend aan de uitzetting, zoals blijkt uit de voortgangsrapportage en de gehouden vertrekgesprekken. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank de maatregel van bewaring rechtmatig en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.