ECLI:NL:RBDHA:2025:4967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublin wegens onderduiken ongegrond verklaard
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2025 waarbij de minister de overdrachtstermijn in het kader van de Dublinverordening heeft verlengd wegens onderduiken. De overdracht stond gepland op 7 februari 2025, maar eiser was niet aanwezig op het afgesproken tijdstip en locatie, wat leidde tot het bestreden besluit.
Eiser stelde dat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt omdat het aan een vorige gemachtigde was gericht en dat hij niet ondergedoken was vanwege medische beperkingen en aanwezigheid op het AZC. De rechtbank oordeelt dat bekendmaking aan de vreemdeling niet vereist is volgens het arrest Jawo van het Hof van Justitie en dat eiser voldoende was geïnformeerd over zijn verplichtingen.
De rechtbank concludeert dat eiser zich doelbewust buiten bereik van de autoriteiten heeft gehouden door niet aanwezig te zijn op het moment van overdracht en geen contact te zoeken, ondanks herhaalde informatie over de overdracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.