ECLI:NL:RBDHA:2025:5141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De minister had op 16 januari 2025 dit besluit genomen en Nederland had op 26 november 2024 een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan, dat op 27 november 2024 werd aanvaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 maart 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank stelde vast dat er nog procesbelang was, mede omdat de gemachtigde contact had met eiser. De rechtbank oordeelde dat het voornemen van de minister voldoende gemotiveerd was en de dragende overwegingen bevatte, ondanks dat niet alle bezwaren van eiser in het voornemen afzonderlijk waren besproken.
Ook het bestreden besluit bevatte een voldoende motivering en gaf aan dat alle bezwaren van eiser waren getoetst. Eiser heeft niet concreet toegelicht welke bezwaren niet zijn betrokken. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.