ECLI:NL:RBDHA:2025:5145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlenging overdrachtstermijn wegens onderduiken volgens Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de overdrachtstermijn voor zijn overdracht aan Frankrijk te verlengen op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De minister baseerde dit op het feit dat eiser op de geplande overdrachtsdatum niet aanwezig was op het COa-terrein en als ondergedoken werd beschouwd.
De rechtbank overwoog dat onderduiken in de zin van de Dublinverordening betekent dat de betrokkene doelbewust buiten het bereik van de nationale autoriteiten blijft om overdracht te voorkomen. Uit het dossier bleek dat eiser niet op de afgesproken datum aanwezig was, geen verblijfplaats had doorgegeven en niet aannemelijk had gemaakt dat hij op advies van het COa afwachtte.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van onderduiken en dat de verlenging van de overdrachtstermijn terecht is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken.