ECLI:NL:RBDHA:2025:5293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM voor geïmporteerde gebruikte auto
Eiser betaalde BPM voor een geïmporteerde gebruikte Mini Clubman John Cooper Works All4 Chili uit 2017, gebaseerd op een taxatierapport dat de waarde en schade van de auto vaststelde. Verweerder legde een naheffingsaanslag op, gebaseerd op een rapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) met een hogere waarde na schadecorrectie.
Eiser betwistte de methode van waardebepaling, met name de herleidingsmethode en de vaststelling van de historische nieuwprijs en schadebedragen. De rechtbank oordeelde dat de herleidingsmethode niet wettelijk is toegestaan en dat het taxatierapport niet als betrouwbaar kan worden beschouwd vanwege essentiële gebreken aan de auto tijdens taxatie.
De rechtbank stelde vast dat de forfaitaire tabel volgens de Wet BPM 1992 correct is toegepast door verweerder, wat leidt tot een hogere naheffingsaanslag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder zijn standpunt niet ondubbelzinnig had prijsgegeven en eiser voldoende gelegenheid had om te reageren.
Het verzoek van verweerder om op grond van artikel 8:45 Awb Pro aanvullende bewijsstukken te eisen werd afgewezen. Ook werd het verzoek van eiser om vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding afgewezen, omdat de redelijke termijn niet was overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.