Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2], eisers
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, Russische staatsburgers, vroegen op 27 september 2024 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam hun aanvragen niet in behandeling omdat Estland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. Nederland had Estland verzocht de asielaanvragen over te nemen, wat Estland accepteerde.
Eisers voerden aan dat zij in Estland niet correct behandeld zouden worden, vrezen indirect refoulement en wezen op discriminatie en mishandeling van een zoon. Zij stelden dat de overdracht aan Estland onredelijke hardheid oplevert en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag aannemen dat Estland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat het asiel- en opvangsysteem in Estland structurele tekortkomingen vertoont die een reëel risico op schending van fundamentele rechten opleveren.
De rechtbank verwierp het beroep en wees erop dat individuele klachten over discriminatie of mishandeling in Estland bij de lokale autoriteiten moeten worden aangekaart. Ook het beroep op indirect refoulement faalde omdat dit in de Dublinprocedure niet kan worden ingeroepen als het vertrouwensbeginsel geldt.
De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.