ECLI:NL:RBDHA:2025:5329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en medische belemmeringen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2025 behandeld en nader onderzoek verricht naar aanleiding van aanvullende medische stukken.
Eiser stelde dat overdracht aan Frankrijk niet mogelijk is vanwege ernstige psychische problemen die door de overdracht zouden verslechteren, en dat de minister een BMA-onderzoek had moeten laten uitvoeren. De rechtbank overwoog dat uit de medische stukken wel psychische klachten blijken, maar niet dat deze aanzienlijk en onomkeerbaar zullen verslechteren door overdracht. De verklaringen van een praktijkondersteuner zijn onvoldoende om een vergewisplicht te doen ontstaan.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro en dat geen sprake is van medische belemmeringen die overdracht verhinderen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Frankrijk.