ECLI:NL:RBDHA:2025:5384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J. Sijens
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt eerdere ingangsdatum verblijfsvergunning asiel vast
Eiser betwistte de door de minister vastgestelde ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, die was gesteld op 22 februari 2023, terwijl hij meent dat deze moet ingaan op 20 februari 2023, de dag waarop hij zich in het Aanmeldcentrum Ter Apel meldde om asiel aan te vragen. De minister stelde dat het tijdsverschil van twee dagen te gering was om belang te hebben bij het beroep en verzocht om niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, omdat een eerdere ingangsdatum mogelijk gevolgen kan hebben voor latere verblijfsaanvragen of verstrekkingen. De rechtbank baseerde zich op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin werd bepaald dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de asielwens kenbaar wordt gemaakt, niet op het moment van formulierindiening.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover de ingangsdatum was vastgesteld op 22 februari 2023 en stelde zelf de ingangsdatum vast op 20 februari 2023. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €907,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en zonder dat eiser gebruik maakte van de mogelijkheid tot mondelinge behandeling.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 20 februari 2023 en vernietigt het eerdere besluit voor zover dit anders bepaalde.