Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser 1,
[eiser 3], eiseres 1,
[eiser 4], eiser 3,
[eiser 5], eiseres 2,
[eiser 6], eiseres 3,
[eiser 7], eiser 4,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is overschreden zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd.
Verder veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en in de proceskosten van eisers, waaronder vergoeding van griffierecht en proceskosten voor rechtsbijstand. Het vonnis is gewezen door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 15 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.