ECLI:NL:RBDHA:2025:5546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvragen machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om machtigingen tot voorlopig verblijf voor familieleden in het kader van nareis en gezinshereniging. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is verstreken zonder besluit.
Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 3 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom.