ECLI:NL:RBDHA:2025:5559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting
De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op 27 september 2024. Eerder zijn de oplegging en voortzetting van deze maatregel reeds getoetst en als rechtmatig bevonden. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van de voortzetting sinds 3 januari 2025.
Eiser betwist de geldigheid van de toegezegde laissez-passer (lp) en de nationaliteitsbevestiging, stellende dat hij geen identiteitsbewijs bezit. De rechtbank oordeelt dat de nationaliteit is bevestigd op basis van een door eiser zelf verstrekte kopie van zijn identiteitsbewijs en dat de lp op 21 maart 2025 is verstrekt. Ondanks het uitvallen van de geplande vlucht op 24 maart 2025 is er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Daarnaast stelt eiser dat de minister de verzwaarde belangenafweging onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat deze afweging pas na zes maanden hoeft plaats te vinden en dat uit de voortgangsrapportage van 14 maart 2025 blijkt dat deze afweging is gemaakt. De minister wijst op het onvoldoende meewerken van eiser aan zijn terugkeer en het feit dat een lp is afgegeven. De rechtbank ziet geen reden om aan deze motivering te twijfelen.
De ambtshalve toetsing van de rechtbank leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.