ECLI:NL:RBDHA:2025:5592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op 27 januari 2025. De maatregel was eerder getoetst en als rechtmatig bevonden tot 11 februari 2025.
Eiser betoogt dat hij ruim drie maanden in bewaring zit en dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, mede omdat een laissez-passer al op 6 november 2024 is aangevraagd zonder resultaat. De rechtbank stelt dat zicht op uitzetting geen vereiste is zolang de asielaanvraag nog niet is beslist en dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld door tweemaal te rappelleren bij de Tunesische autoriteiten.
Daarnaast wijst de rechtbank het standpunt van eiser af dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, omdat uit eerdere overwegingen blijkt dat sprake is van een onttrekkingsrisico. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.