ECLI:NL:RBDHA:2025:5593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 14 februari 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 25 februari 2025 bevestigd en beoordeelt nu alleen de periode daarna.
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is. Tegen dit besluit is beroep ingesteld met een verzoek om voorlopige voorziening, waardoor overdracht aan Duitsland wordt opgeschort. Eiser betoogt dat de bewaring onrechtmatig voortduurt omdat hij rechtmatig verblijf heeft en het voortvarendheidsbeginsel niet wordt nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt, onder meer omdat een spoedige behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening is aangevraagd en een vertrekgesprek is gevoerd. De termijn van zes weken voor overdracht is nog niet verstreken. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel als onrechtmatig te beoordelen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.