ECLI:NL:RVS:2016:2380
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep vreemdeling tegen bewaring
De vreemdeling werd op 21 januari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en beval opheffing van de maatregel, tevens werd schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van 21 januari 2016 opnieuw. De bewaring was noodzakelijk voor het verkrijgen van gegevens die essentieel zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag van de vreemdeling. De gronden voor bewaring, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en onvoldoende medewerking aan vaststelling identiteit, waren aanwezig en niet gemotiveerd betwist.
Ook het latere besluit van 7 februari 2016 tot voortzetting van de bewaring werd getoetst. Er was een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken. De beroepsgronden van de vreemdeling faalden, evenals het betoog dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.