Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank constateert dat de beslistermijn van de minister op 22 februari 2024 is verstreken zonder besluit. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingesteld.
De minister voert aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd en verzoekt om uitstel van behandeling of een ruime beslistermijn. De rechtbank wijst dit af en stelt vast dat het beroep gegrond is. Er wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier Ż.A. Meinert.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.