ECLI:NL:RBDHA:2025:5663
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit wegens verstrijken overdrachtstermijn
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk zou zijn. Dit besluit van 21 november 2022 is op 10 januari 2023 door de minister ingetrokken nadat de overdrachtstermijn aan Duitsland was verstreken.
Verzoeker trok daarop zijn beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in, met een verzoek tot proceskostenvergoeding. De voorzieningenrechter moest beoordelen of de minister aan verzoeker was tegemoetgekomen, zodat proceskostenvergoeding mogelijk was.
De minister stelde dat de intrekking van het besluit niet als tegemoetkoming kon worden gezien, maar een gevolg was van het verstrijken van de overdrachtstermijn. De voorzieningenrechter volgde de minister en verwees naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat het alsnog in behandeling nemen van een asielaanvraag vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn geen tegemoetkoming is.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de minister.