ECLI:NL:RBDHA:2025:5817
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging op grond van Wvggz voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1972, die lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type met complicerend middelengebruik. Betrokkene was niet bereid zich te doen horen tijdens de zitting en zijn advocaat voerde verweer tegen het verzoek, onder meer vanwege vermeende onvoldoende inspanning van de onafhankelijke psychiater en de duur van de machtiging.
De rechtbank oordeelde dat de overbruggingsmachtiging geldig was en dat de onafhankelijke psychiater voldoende onderzoek had verricht. Uit de medische stukken en zitting bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder agressie, zorgmijdend gedrag en verwaarlozing. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank wees het verweer van de advocaat af, ook ten aanzien van de wilsonbekwaamheid van betrokkene, en nam de zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles en beperkingen in vrijheid op in de machtiging. De zorgmachtiging werd verleend voor de resterende duur tot 11 maart 2027, waarbij het meer of anders verzochte werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aansluitende zorgmachtiging toe tot 11 maart 2027 inclusief medicatietoediening en andere zorgvormen.