ECLI:NL:RBDHA:2025:5896

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2025
Publicatiedatum
10 april 2025
Zaaknummer
NL25.13766
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 96 lid 3 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 december 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en beoordeelt uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 21 februari 2025.

Eiser betoogde dat er geen redelijk zicht is op uitzetting naar Tunesië, mede omdat hij geen identiteitsbewijs heeft en de Tunesische autoriteiten niet meewerken aan zijn presentatie. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, gezien de lopende aanvraag van een laissez-passer bij Tunesische autoriteiten en het feit dat enige tijd voor afgifte mag worden gegund.

De overige gronden van eiser over het voortvarend handelen van de minister en belangenafweging zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank toetst ambtshalve en ziet geen reden om de maatregel van bewaring onrechtmatig te verklaren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13766

uitspraak van de enkelvoudige kamer van *** in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J. van Appia),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

De minister heeft op 3 december 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek op zitting achterwege blijft en daarom het vooronderzoek gesloten op 31 maart 2025.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. [1]
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 27 februari 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (21 februari 2025) rechtmatig is.
Is er zicht op uitzitting binnen een redelijke termijn?
3. Eiser betoogt dat geen redelijk zicht op uitzetting bestaat naar Tunesië. Ondanks de volledige medewerking van eiser is het tot op heden niet gelukt om hem te presenteren bij de autoriteiten. Uit de voortgangsrapportage volgt dat de minister regelmatig rappelleert bij de Tunesische autoriteiten maar dat dit niet tot een presentatie lijdt. Daarbij komt dat het uit de overgelegde stukken niet blijkt dat eiser beschikt over een identiteitsbewijs. Door de hiervoor genoemde omstandigheden is het volgens eiser uitgesloten dat aan hem een laissez-passer zal worden verstrekt.
3.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting naar Tunesië in het algemeen niet ontbreekt. [3] Eiser heeft niet onderbouwd dat dit in zijn geval anders is. Uit de M120 blijkt dat er op 5 december 2024 een laissez passer-aanvraag is gedaan en dat deze tot op heden in behandeling is bij de Tunesische autoriteiten. Aan de Tunesische autoriteiten mag enige tijd worden gegund om de afgifte van een laissez passer in orde te maken. Dat eiser geen gebrek aan medewerking toont maakt dit niet anders.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
4. Eiser heeft zijn overige gronden die zien op het voortvarend handelen van de minister en de belangenafweging niet onderbouwd. De rechtbank toetst deze gronden en het voortduren van de maatregel dan ook ambtshalve. [4] De rechtbank ziet geen reden om het beroep gegrond te verklaren vanwege onrechtmatigheid van de bewaring.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.
2.Rb Den Haag (zp Arnhem), ECLI:NL:RBDHA:2025:3437
3.ABRvS 30 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3990.
4.Vergelijk ABRvS26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.